Art. 43-vervolgvragen tankstation Maasbrug

Aan
College van B&W van Roermond
Postbus 900
6040 AX Roermond

 

Roermond, 19 februari 2021

 

Betreft: Schriftelijke vragen art. 43 RvO m.b.t. vervolgvragen voormaling tankstation Maasbrug  

 

Geacht College,

Op 12 februari jl. hebben wij antwoorden gekregen op onze vragen van 12 januari jl. inzake het voormalige tankstation aan de Maasbrug. Het moet ons van het hart dat de wijze waarop de vragen zijn beantwoord ons niet bevalt. Allereerst strookt de beantwoording van de vragen in onze ogen niet met de werkelijkheid. Daarnaast lijkt het erop dat er met zo min mogelijk woorden getracht is deze vragen te beantwoorden. Deze beide constateringen wijzen erop dat het College niet serieus getracht heeft de vragen te beantwoorden, sterker nog actief heeft getracht zo slecht mogelijke antwoorden te geven.

De beantwoording over voormalige tankstation Maasbrug noopt tot onderstaande vervolgvragen.

 

ANTWOORD VRAAG 1

  1. Welke medewerking na definitieve sluiting was toegezegd door college van B&W?
  2. Op welke wijze heeft B&W zich ingespannen om medewerking te verlenen?
  3. Wilt u exact aan tonen waarom u zich niet herkent in onze stelling in onze vraag?
  4. Wilt u uitleggen waarom B&W zich niet herkent in onze stelling?

ANTWOORD VRAAG 2

  1. Hoe vaak en wanneer heeft u overleg gehad met de voormalige eigenaar van het tankstation en welk afspraken zijn gemaakt?
  2. Welke mogelijkheden zijn besproken en wélke studies/onderzoeken zijn gedaan?
  3. Zijn er verslagen van die besprekingen? Of is hier de “Donders Doctrine” van toepassing: “maak geen verslagen van gesprekken dan hoef je ook niets te verstrekken?”

 

ANTWOORD VRAAG 3

  1. Is het college van B&W ervan op de hoogte dat de door B&W geëiste sluiting van een zeer goedlopend tankstation met ontslag van 14 personeelsleden voor het gehele Roermondse bedrijfsleven eendieptepunt is in het vertrouwen in het College van B&W?
    Zo ja, waarom onderschrijft u dat niet de stelling van LVR over de uitstraling op de andere ondernemers?
    Zo nee, welke signalen krijgt het College van B&W dan ten aanzien van het sluiten van het tankstation vanuit het Roermondse bedrijfsleven?

 

ANTWOORD VRAAG 4

  1. Waarom worden de kosten die ondernemer gemaakt heeft om te voldoen aan onderzoeken geëist door gemeente Roermond niet vergoed? Graag nadere onderbouwing.
  2. Wat betekent “zijn we in gesprek”?
  3. Is gemeente behulpzaam of tegenwerkend in de nieuwe zoektocht.

 

ANTWOORD VRAAG 5

  1. Wilt u onderbouwen waarom u van mening bent dat er geen gebrek is aan concurrentie?

 

ANTWOORD VRAAG 11

  1. Betekent dit dat de gemeente Roermond geen inschatting heeft van het aantal bezoekers dat Roermond per jaar krijgt?
    Zo ja, voor een onderdeel van Roermond (het DOC) is dit wel bekend, graag naar aanleiding hiervan en gebruik makend van andere gegevens zoals van de NS en Google een inschatting maken van het aantal bezoekers in 2019 (pre corona)

Zo nee, waarom kon er dan geen antwoord gegeven worden op deze vraag?

 

Naar aanleiding van de werkwijze van de wethouder van EZ in dit dossier hebben wij nog een aantal vragen:

  1. Hoe worden afspraken met de Wethouder van EZ ingepland? (rechtstreeks met de wethouder, of via andere kanalen? Graag verdieping)
  2. Gaat de Wethouder van EZ wel eens “alleen” op gesprek bij ondernemers?
    Zo ja, hoe wordt deze afweging gemaakt of de Wethouder alleen het gesprek aangaat of er een ambtenaar aansluit.
    Zo nee, dus er vinden ook nooit ad hoc overleggen plaatst?
  3. Maakt de Wethouder van EZ wel eens gepland of spontaan een rondje langs de ondernemers van Roermond?
    Zo ja, bij welke ondernemers is dit? Is dit enkel in de binnenstad of ook in de kernen? Gebeurt dit ook bij de bedrijventerreinen?
  4. Wanneer worden er wel en wanneer worden er geen besprekingsverslagen gemaakt van gesprekken tussen de Wethouder van EZ en ondernemers?
  5. Worden deze besprekingsverslagen gedeeld met ondernemers?

 


Hoogachtend,