Art. 43-vragen prijsstelling kermissen

Lees hier het antwoord van de gemeente op onderstaande vragen.

 

Aan de griffier van de gemeenteraad van Roermond

 

Betreft: Schriftelijke vragen ex. Art. 43 Regelement van Orde van de gemeenteraad van Roermond aangaande prijsstelling van kermisexploitanten bij kermissen in onze gemeente.

 

Roermond, 23 september 2015.

 

Geachte griffier,

 

Hierbij verzoek ik u bijgaande vragen ex. Art. 43 R.v.O. door te leiden naar het college van Burgemeester en Wethouders.

 

Inleiding:

Kermissen kennen een lange tradities van vermaak. Waar het vroeger vrijwel het enige vermaak was voor burgers had het ook een sociale betekenis. Families kwamen weer samen, soms van heinde en verre, naar om kermis te vieren. De kermis blijft een vermaak dat in dorp en stad een plaats verdient en moet houden. De kermis en haar attracties moeten echter ook in financieel opzicht bereikbaar blijven voor onze burgers en kermisbezoekers. Zeker voor de jeugd. Nu het kermisseizoen in onze gemeente voorbij is moeten wij vaststellen dat de tarieven om van de attracties te kunnen genieten of om aan deel te nemen voor de jeugd en zeker de jongste jeugd, erg hoog is. In vergelijk tot b.v. de gemeente Beesel zijn hier de prijzen van bedoelde attracties zeker 30 – 40 % hoger.

 

Dat brengt de LVR fractie tot de volgende vragen.

  1. Stelt het college voorwaarden bij de inschrijving voor kermissen aan de tarifering van de attracties voor met name jeugdige bezoekers?
  2. Heeft het college inzicht in de prijzen die de kermisexploitanten in onze gemeente in rekening brengen voor attracties welke bedoeld zijn voor met name de jeugdige bezoekers?
  3. Is het college bereid voorwaarden te formuleren waaronder kermisexploitanten kunnen inschrijven om op de kermissen in onze gemeente te kunnen exploiteren, waarbij maximale tarieven worden gesteld voor de attracties welke met name voor de jeugd zijn bedoeld?
  4. Is het college met de LVR van mening dat wij ons dienen in te spannen om kermissen in onze stad en haar dorpen te behouden en dat daarbij tarifering van attracties zodanig dienen te zijn dat zij ook toegankelijk blijven voor jeugdige bezoekers. De ouders mogen zich daarbij niet gesteld zien voor onmogelijk hoge uitgaven, waardoor kermisbezoek voor hun kinderen onbereikbaar wordt?
  5. Indien vorengaande leidt tot een vermindering van inkomsten voor onze gemeente, hier in de begroting rekening mee te houden?

 

Met vriendelijke groet,
Dré Peters en Jan Puper, raadsleden voor de LVR.