Art. 43-vragen volledigheid van belastingopbrengsten

Art. 43-vragen heisessies
27 augustus, 2019
Art. 43 vervolgvragen auto-inbraken parkeergarages
7 oktober, 2019

Art. 43-vragen volledigheid van belastingopbrengsten


Aan
De griffier van de gemeenteraad
Postbus 900
6040AX Roermond

Betreft: Schriftelijke vragen conform artikel 43 RvO ‘Onderzoeksplan 213a onderzoek: Volledigheid van de belastingopbrengsten’

De LVR-fractie heeft kennisgenomen van ‘Onderzoeksplan 213a onderzoek: Volledigheid van de belastingopbrengsten’. Al vele jaren stelt de LVR-fractie vragen over de werkwijze van de BsGW en we juichen toe dat onderzocht gaat worden in hoeverre de volledigheid van de belastingopbrengsten is. Naar aanleiding hiervan hebben wij de onderstaande vragen.

  1. Waarom worden niet alle heffingen, zoals opgesomd op de eerste pagina van de inleiding, meegenomen in het onderzoek?
  2. In de inleiding van het voorstel staat “…onderzoek door het college naar de doelmatigheid en doeltreffendheid…”. Dit is een van de kwaliteitseisen aan wetten, beleid en richtlijnen zoals vastgesteld in de Nota Zicht op wetgeving dat is gepubliceerd door het Ministerie van Justitie in 1991. Waarom worden niet alle zes kwaliteitseisen uit de Nota opgenomen in het normenkader?
  3. In de voortzetting van de commissievergadering BM van 9 september jl. is uitvoerig gesproken over de hondenbelasting. Hierbij werd de commissie toegezegd dat er een volledig beeld zou worden geschetst van de hondenbelasting en daar vervolgens inhoudelijk over kon worden gedebatteerd. De hondenbelasting is niet meegenomen in de afbakening van het onderzoek. Kan deze ook worden meegenomen?
  4. In paragraaf 1.3 van het onderzoeksplan staat: “Vanuit deze verantwoordelijkheid mag verwacht worden dat zij: … – de onderliggende opbrengsten op volledigheid toetst.”Dit is volgens de LVR-fractie niet conform de beantwoording van de vragen van collega Van Rey van 26 maart jl. (uw nummer: 26627-2018). Op vraag 6) “Worden de financiële afdrachten door BsGW aan de gemeente Roermond gecontroleerd?” is de beantwoording afgesloten met: “Van bovenstaande kan de gemeente de jaaropbrengsten niet toetsen.” Volgens het onderzoeksplan kan dit wel. Waarom heeft het college van B&W destijds op deze manier geantwoord?
  5. In het onderzoeksplan op pagina 3 wordt gesteld: “De gemeente als uitbestedende partij mag verwachten dat de BsGW de afgesproken taken volgens afspraak uitvoert. Bij gemeenschappelijke regelingen is sprake van verlengd lokaal bestuur, de gemeente blijft eindverantwoordelijk.” Waarom heeft wethouder Schreurs in het raadsdebat van 25 oktober 2018 (1. Mondelinge vragen over BsGW) opgemerkt: “Het is dan uitermate vreemd dat de wethouder voor financiën wordt gevraagd met de desbetreffende ondernemers in gesprek te gaan. Daar heb ik geen rol en geen positie meer in, want die hebt u van de wethouder weggelegd in de richting van BsGW.” Dit is in tegenspraak met wat in het onderzoeksplan staat. Kan hier ook duidelijkheid over gegeven worden?
  6. Op pagina 3 van het onderzoeksplan staat: “Bij de oplegging van aanslagen OZB wordt de basis hiervoor gevormd door de WOZ-waarde van het onroerend goed. Deze waardebepaling vindt plaats op basis van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) en de uitvoering van deze wet is eveneens opgedragen aan de BsGW. Deze taak wordt in het onderzoek betrokken.” Deze taak ligt dus bij de BsGW. WOZ-waardes voor woningen zijn openbaar. Krijgt het college, cq ambtelijke organisatie, ook inzicht op hoe de WOZ-waardes zijn opgebouwd van niet-woningen.