LVR stelt art. 43-vragen betreffende gebrek aan klantvriendelijkheid en gastheerschap stadstoezicht

Brief aan (loco)burgemeester n.a.v. raadsvergadering 5 juni 2014
10 juni, 2014
Persbericht commissie benoembaarheid wethouders
18 juni, 2014

LVR stelt art. 43-vragen betreffende gebrek aan klantvriendelijkheid en gastheerschap stadstoezicht

Aan de griffier van de Gemeente Roermond
Postbus 900
6040 AX Roermond

 

Roermond, 18 juni 2014

 

Betreft: schriftelijke vragen ex art.43 RvO betreffende gebrek aan klantvriendelijkheid en gastheerschap stadstoezicht

 

Geachte griffier,

 

Hierbij verzoeken wij u bijgaande vragen ex art.43 R.v.O. door te leiden naar het college van B&W.

Inleiding:
In de vergadering van de commissie Bestuur en Middelen van maandag 16 juni jl. zijn door de LVR vragen gesteld aan loco-burgemeester Waajen-Crins (CDA) over het gebrek aan klantvriendelijkheid en gastheerschap bij medewerkers van Stadstoezicht. Door een vertegenwoordiger van Stadstoezicht is daarop geantwoord dat medewerkers van stadstoezicht training krijgen in gespreksvaardigheden. Tevens worden medewerkers van Stadstoezicht erop gewezen dat ze de gastheren van de gemeente zijn, zichtbaar aanwezig zijn, aanspreekpunt zijn en daar worden ze ook in gecoacht.

 

Op grond van het R.v.O. stellen wij u de volgende vragen:

  1. Op 15 juni 2014 heeft in Asselt de processie plaatsgevonden. Daarbij zijn door medewerkers van Stadstoezicht diverse bekeuringen uitgeschreven. Kan het college aangeven hoeveel bekeuringen zijn uitgeschreven en de bijbehorende reden(en)?
  2. Heeft overleg plaatsgevonden met de organisatie van de processie? En zo ja, met wie?
  3. Hebben de medewerkers van Stadstoezicht zelfstandig gehandeld bij het uitschrijven van de bekeuringen of is vooraf overleg geweest met de portefeuillehouder?
  4. In de commissievergadering van 16 juni jl. is gesproken over het gastheerschap van Stadstoezicht. Vindt het college de handelingen van 15 juni 2014 getuigen van klantvriendelijkheid en goed gastheerschap?
  5. Zal het college, in casu Stadstoezicht, in een volgende vergelijkbare situatie weer op eenzelfde wijze handelen?
  6. Kan het college aangeven op welke wijze en met welke instrumenten, cursussen, coaching etc. gewerkt worden binnen de afdeling Stadstoezicht met het oog op het verbeteren van de klantvriendelijkheid?
  7. Hoeveel klachten, en in welke vorm en aard, zijn de afgelopen vijf jaren ingediend inzake het handelend optreden van Stadstoezicht?
  8. Op welke wijze is met deze klachten omgegaan (zowel naar de klager toe, als ook binnen de organisatie)?
  9. Is het college met ons van mening dat de klantvriendelijkheid c.q. gastheerschap van Stadstoezicht expliciet aandacht verdient in het op te stellen veiligheidsplan? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

 

Met vriendelijke groet,

Bert Achten
Jan Püper
Raadsleden LVR