LVR stelt art. 43-vragen over hulp in de huishouding

LVR denkt graag mee over toekomst ECI
29 augustus, 2014
LVR stelt vragen over het achterstallig onderhoud
1 september, 2014

LVR stelt art. 43-vragen over hulp in de huishouding

Betreft: Schriftelijke vragen ex. art.43 Reglement van Orde van de gemeenteraad van Roermond betreffende onderzoek indicering t.b.v. hulp bij het huishouden.

 

Roermond, 29 augustus 2014

 

Geachte griffier,

 

Hierbij verzoeken wij u de bijgaande vragen ex. art 43 R.v.O. door te leiden naar het college van Burgemeester en Wethouders.

 

Inleiding

In het sociale domein staan ons grote veranderingen te wachten. Dat geldt voor onze inwoners, maar ook voor ons als gemeente en het gemeentelijk apparaat. De finale besluitvorming in de Tweede en Eerste Kamer der Staten Generaal heeft dermate lang op zich laten wachten dat voor de implementatie van de nieuwe wet- en regelgeving aan de gemeenten weinig tijd is vergund.

 

Indicaties moeten opnieuw worden gesteld en deze moeten “op tijd” zijn gedaan. De LVR-fractie bereikten signalen van onze burgers dat er met de afspraken die voor de indicatiestelling “hulp bij het huishouden” moeten worden gedaan, het qua planning van afspraken en de bezoeken aan cliënten/ burgers niet gaat zoals verwacht zou mogen worden. Er worden door het bedrijf/ instelling “de Zaak” uit Leeuwarden brieven verstuurd met daarin voorstellen tot afspraken. Er wordt een tijd genoemd en de naam van de persoon die bij de mensen thuis op bezoek komt wordt bekend gemaakt. Dan echter gaat het mis en niet in een enkel uur maar in dagen. De medewerker komt niet op de in de brief aangekondigde dag en tijd, maar dagen eerder of later. Als de bewoner aangeeft dat het onaangekondigde en niet afgesproken tijdstip niet uitkomt, dan is de reactie van de medewerker: “het genoemde voorstel in de brief past mij niet”.

 

Dat brengt ons tot de volgende vragen:

  1. Herkent het college zich in hetgeen wij in de inleiding hebben beschreven?
  2. Is het college geïnformeerd dat de werkelijke bezoeken van de medewerkster van het genoemde bureau ernstig afwijken van de door het bureau gemaakte afspraken?
  3. Kan het college zich met de LVR-fractie voorstellen dat, gelet op wat wij onder 2 beschrijven, onze burgers die, door alle publicaties, verhalen en soms zelfs geruchten toch al in onzekerheid verkeren, hierdoor nog meer “van slag” raken?
  4. Wat is het college voornemens hieraan te gaan doen?

 

 

Met vriendelijke groet,

Lieke v.d. Stelt, Dré Peters en Jan Puper