Aan: het college van burgemeester en wethouders van Roermond
Onderwerp: Vragen ex artikel 43 RvO inzake Parkeren Gilde Opleidingen
Geacht College,
Op 29 juli jl. heeft de LVR fractie schriftelijke vragen gesteld over het voornemen van Gilde Opleidingen om per 1 september 2025 studenten niet langer toe te staan te parkeren op de eigen parkeerterreinen aan onder andere de Bredeweg en Marathonlaan. Daarop ontvingen wij onder andere onderstaande antwoorden.
De aanvraag omgevingsvergunning voor de nieuwbouw aan de Marathonlaan door
Gilde Opleidingen is onder meer getoetst aan de Nota Parkeernormen 2021 van de
gemeente Roermond (hierna: de parkeernota) en de hierin opgenomen autoparkeernormen. Uitgangspunt van de parkeernota is dat de parkeerbehoefte op eigen terrein wordt opgevangen. Uit de aanvraag is gebleken dat daar in dit geval aan wordt voldaan: enerzijds zijn parkeerplaatsen voorzien op het terrein van de onderwijslocatie zelf en anderzijds worden parkeerplaatsen ten behoeve van deze ontwikkeling voorzien op een perceel van Gilde Opleidingen aan de Kerkeveldlaan. Dit perceel ligt op 200 meter loopafstand, wat conform de parkeernota aanvaardbaar wordt geacht.
Nee, een initiatiefnemer mag niet afwijken van een verleende omgevingsvergunning.
Indien het voor de leerlingen niet (meer) is toegestaan om op het eigen terrein van Gilde Opleidingen, zal het gebruik van bestaande parkeerplaatsen in het openbaar gebied toenemen. Immers, ongeacht de oproep van Gilde Opleidingen om zoveel mogelijk met de fiets of openbaar vervoer te reizen, zal een deel van de leerlingen alsnog per auto naar en van de onderwijsinstelling reizen. Het is op voorhand en zonder parkeerdrukmeting echter niet vast te stellen welke concrete consequenties de door Gilde Opleidingen voorgenomen maatregel met zich meebrengt voor bewoners en andere gebruikers van de openbare ruimte. Zoals in het voorgaande reeds beschreven, ligt het op de weg van Gilde Opleidingen om dit inzichtelijk te maken en de benodigde vergunning hiervoor aan te vragen, waarbij geldt dat de omgevingsvergunning niet kan worden verleend indien de situatie leidt tot een onaanvaardbare parkeerdruk in de openbare ruimte van de nabije omgeving.
Vooralsnog is voor de gemeente het uitgangspunt dat de omgevingsvergunning dient te worden nageleefd en de volledige parkeerbehoefte dus op eigen terrein moet worden opgevangen.
Kort samengevat wordt in de beantwoording van het college van B&W nadrukkelijk aangegeven dat:
– de parkeerbehoefte conform vergunning op eigen terrein moet worden opgevangen en dat Gilde aan deze voorwaarde kán voldoen,
– Gilde niet eenzijdig van deze vergunning mag afwijken,
– de maatregel niet wenselijk wordt geacht,
– dat er geen voorafgaand overleg met de gemeente heeft plaatsgevonden.
Tot onze verbazing verschijnt er vervolgens een artikel in de media (De Limburger, 29 augustus 2025) waarin Gilde Opleidingen ondanks het gesprek met de gemeente verklaart haar parkeerbeleid toch te willen doorvoeren. Als raad vragen wij ons dan ook af wat de status is van dit ‘gesprek’ en welke gevolgen het college verbindt aan deze gang van zaken.
Vragen:
1. Klopt het dat Gilde Opleidingen, ondanks het gesprek met de gemeente, aangegeven heeft het beleid om studenten te weren van eigen terrein toch door te willen voeren?
2. Is er sinds het verzenden van de schriftelijke beantwoording nog een vervolggesprek geweest tussen gemeente en Gilde? Zo ja, wat is daarbij besproken en welke afspraken zijn gemaakt?
3. Hoe beoordeelt het college deze opstelling van Gilde Opleidingen, mede gezien uw eerdere formele uitleg van de geldende vergunningsvoorwaarden?
4. Welke mogelijkheden ziet het college om handhavend of sturend op te treden als Gilde dit beleid tóch in praktijk brengt zonder nieuwe vergunning en parkeerdrukmeting?
5. Welke boodschap geeft het college af als vergunde afspraken (publiekelijk) genegeerd worden zonder gevolgen, ondanks duidelijke beantwoording aan de raad?
6. Is het college bereid om Gilde formeel aan te schrijven met het verzoek af te zien van dit beleid zolang er geen formele procedure is doorlopen dan wel handhavend op te treden zolang er geen gewijzigde vergunde situatie is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer worden welke stappen ondernomen?
In afwachting van uw beantwoording,
Inge Hodselmans

