Aan: het college van burgemeester en wethouders van Roermond
Onderwerp: Vragen ex artikel 43 RvO inzake Bluswatervoorzieningen
Geacht College,
Op 21 juli jl. vond een grote brand plaats aan de Swalmerstraat in Roermond. In de berichtgeving van L1 werd vermeld dat tijdens de brand uiteindelijk gebruik is gemaakt van tertiaire waterwinning middels een bluswaterinnamepunt aan de Roer. Voor de LVR is niet duidelijk of dit onderdeel was van de reguliere inzetstrategie of dat dit noodzakelijk was omdat de primaire bluswatervoorzieningen in de directe omgeving onvoldoende beschikbaar of bruikbaar waren.
Bij een brand in de historische binnenstad, waar veel monumentale panden en woningen nog zijn voorzien van houten vloeren, balklagen en dakconstructies, is een snelle en adequate beschikbaarheid van voldoende bluswater van groot belang om uitbreiding van brand te voorkomen en de veiligheid van inwoners, ondernemers en hulpverleners te waarborgen.
Volgens de Veiligheidsregio was de brand lastig te bestrijden doordat het pand midden in de historische binnenstad ligt. De smalle straten maakten het manoeuvreren met grote brandweervoertuigen ingewikkeld. Voor de LVR is niet duidelijk in hoeverre de beschikbaarheid van de reguliere bluswatervoorzieningen hierbij een rol heeft gespeeld.
Ook bij de grote brand op industrieterrein Reubenberg in 2024 is gebruik gemaakt van een tertiaire waterwinning namelijk een bluswaterinnamepunt aan de Swalm. Op vragen van de LVR van 18 maart 2024 werd gemeld: Het genoemde bedrijventerrein (Reubenberg) heeft op dit moment voor de brandweer geen bruikbare secundaire waterwinning. Een secundaire waterwinning zou bijvoorbeeld kunnen bestaan uit geboorde putten. De aanwezige geboorde putten zijn voor de brandweer niet bruikbaar. ….Momenteel wordt een testplan uitgevoerd op de geboorde putten. Heractivatie middels nieuwe technologie is daarbij de insteek en deze methodiek beperkt de investeringskosten hiervoor significant. De verwachting is dat in Q3 van dit jaar de heractivatie daar waar mogelijk zal worden uitgevoerd en dat het aanleggen van nieuwe putten tijdens Q4 zal worden opgestart.
De LVR wil graag meer inzicht krijgen in de wijze waarop de bluswatervoorziening binnen de gemeente is georganiseerd en of de primaire, secundaire en tertiaire bluswatervoorzieningen toereikend zijn voor een effectieve brandbestrijding binnen de gemeente Roermond. Naar aanleiding hiervan heeft de LVR de volgende vragen:
1. Beschikt de gemeente over voldoende primaire bluswatervoorzieningen (zoals brandputten en andere primaire bluswaterpunten) én secundaire dan wel tertiaire bluswaterinnamepunten om de gehele gemeente adequaat van bluswater te kunnen voorzien? Zijn deze voorzieningen actueel in kaart gebracht? Zo ja, dan ontvangen wij hiervan graag een overzicht. Kunt u een overzicht verstrekken waarbij onderscheid wordt gemaakt in primaire-, secundaire- en tertiaire waterwinningen en kunt u een kopie verstrekken van het vastgestelde regionale bluswaterbeleid.
2. Functioneren de brandputten en andere primaire bluswaterpunten zoals verwacht mag worden of is bekend dat er defecten/onvolkomenheden zijn? Als er sprake is van onvolkomenheden of defecten, welke primaire waterwinvoorzieningen betreft dit en welke termijn geldt voor reparatie en wordt aan deze termijn voldaan?
3. Hoe worden de primaire bluswatervoorzieningen en secundaire en tertiaire bluswaterinnamepunten gecontroleerd op werking, bereikbaarheid en beschikbaarheid? Wie is hiervoor verantwoordelijk en hoe vaak vinden deze controles plaats? Wanneer vond de laatste controle plaats?
4. Was het gebruik van het bluswaterinnamepunt aan de Roer tijdens de brand aan de Swalmerstraat onderdeel van de reguliere inzetstrategie of was dit noodzakelijk omdat de primaire bluswatervoorzieningen in de directe omgeving onvoldoende beschikbaar of bruikbaar waren? Indien hiervan sprake was, wat was hiervan de oorzaak en welke maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen?
5. Is in Q3/Q4 2024 voldaan aan de heractivatie van de aangelegde putten dan wel zijn er putten bij geboord in het gebied rondom of op De Reubenberg? Zo nee, waarom niet en hoe wordt de secundaire waterwinning zonder deze aanvullende voorziening adequaat geborgd?
6. Is het college van mening dat de huidige reguliere bluswatervoorzieningen en aanvullende bluswaterinnamepunten, met name in de historische binnenstad, toereikend zijn voor een effectieve brandbestrijding? Zo ja, waarop is deze conclusie gebaseerd?
Wij zien uw beantwoording met belangstelling en binnen de gebruikelijke termijn tegemoet.
Inge Hodselmans
Mark Schlicher
Loes Strous

