
Geachte College,
De LVR-fractie ontvangt met regelmaat signalen van inwoners, ondernemers en bezoekers over de verkeerssituatie in de Roermondse binnenstad. Daarbij wordt onder meer gewezen op situaties waarin de aanwezige verkeersborden en wegmarkeringen in de voetgangersgebieden niet eenduidig lijken te zijn. Hierdoor ontstaat volgens melders onduidelijkheid over de vraag wanneer fietsen wel of niet is toegestaan.
Daarnaast ontvangt de LVR-fractie met regelmaat meldingen over fietsers, fatbikers en scootmobielen die zich met hoge snelheid door de binnenstad verplaatsen. Met name tijdens winkelopeningstijden ervaren inwoners en ondernemers hierdoor onveilige situaties voor voetgangers, waaronder ouderen, kinderen en mindervaliden.
De LVR-fractie hecht aan duidelijke verkeersregels, een logische en juridisch juiste inrichting van de openbare ruimte en een consequente handhaving. Niet alleen verkeersdeelnemers moeten weten waar zij aan toe zijn; ook de gemeente draagt verantwoordelijkheid voor een eenduidige, juridisch juiste en handhaafbare inrichting van de openbare ruimte. Duidelijkheid, verkeersveiligheid en handhaving dienen daarbij hand in hand te gaan.
Naar aanleiding hiervan heeft de LVR-fractie de volgende vragen.
Vragen
1. Zijn de huidige verkeersborden en wegmarkeringen in onder meer de Brugstraat, Hamstraat, Joep Nicolasstraat en overige voetgangersgebieden door of namens de gemeente Roermond aangebracht, dan wel met instemming van de gemeente gerealiseerd? Zo nee, wie is hiervoor verantwoordelijk?
2. Op basis van welke verkeersbesluiten zijn de huidige verkeersborden en wegmarkeringen aangebracht? Graag per locatie een toelichting.
3. Is vooraf beoordeeld of de aangebrachte verkeersborden en wegmarkeringen juridisch en verkeerskundig met elkaar in overeenstemming zijn en voor weggebruikers geen tegenstrijdige of verwarrende situatie opleveren? Zo ja, door wie is deze beoordeling uitgevoerd en waarop is deze gebaseerd?
4. Is het college van mening dat de huidige combinatie van verkeersborden en wegmarkeringen voor iedere weggebruiker voldoende duidelijk en eenduidig is? Zo ja, waarop is die conclusie gebaseerd?
5. Hoe dient een fietser volgens het college vast te stellen of hij op een bepaald moment gebruik mag maken van een route indien uitsluitend wordt uitgegaan van de ter plaatse aanwezige verkeersborden en wegmarkeringen?
6. Heeft de gemeente sinds de invoering van de huidige verkeerssituatie meldingen, klachten of verzoeken ontvangen over onduidelijke verkeerssituaties voor fietsers, fatbikers of scootmobielen? Zo ja, hoeveel meldingen betreft dit per kalenderjaar sinds 2022 en wat was de aard daarvan?
7. Zijn de huidige verkeerssituaties in de voetgangersgebieden sinds de invoering geëvalueerd op duidelijkheid, verkeersveiligheid en handhaafbaarheid? Zo ja, wat waren de uitkomsten en is de gemeenteraad hierover geïnformeerd?
8. Wordt door de politie en/of de gemeentelijke handhaving actief gecontroleerd op overtreding van de geldende fietsverboden binnen de aangegeven tijdvensters? Zo ja, met welke frequentie vinden deze controles plaats?
9. Hoeveel waarschuwingen en hoeveel processen-verbaal zijn in 2025 en tot heden in 2026 uitgeschreven voor overtreding van de fietsverboden in de binnenstad, uitgesplitst naar waarschuwingen en processen-verbaal, politie en gemeentelijke handhaving?
10. Welke verkeersregels gelden binnen de voetgangersgebieden voor fietsers, fatbikers en scootmobielen ten aanzien van snelheid en rijgedrag? Op welke wettelijke grondslag zijn deze regels gebaseerd?
11. Wordt door politie en/of gemeentelijke handhaving gecontroleerd op gevaarlijk, hinderlijk of te snel rijgedrag van fietsers, fatbikers en scootmobielen? Zo ja, op welke wijze vinden deze controles plaats en met welke frequentie?
12. Op welke wijze stemmen politie en gemeentelijke handhaving hun toezicht en handhaving binnen de voetgangersgebieden op elkaar af? Is hiervoor een gezamenlijk handhavings- of uitvoeringsplan opgesteld? Zo ja, door wie is dit vastgesteld en hoe wordt de uitvoering gemonitord?
13. Is het college van mening dat de huidige wettelijke instrumenten, waaronder de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), voldoende mogelijkheden bieden om adequaat op te treden tegen gevaarlijk, hinderlijk of ongewenst gedrag van fietsers, fatbikers en scootmobielen in de binnenstad? Zo ja, waaruit blijkt dat? Zo nee, is het college bereid de raad voorstellen te doen om de regelgeving of handhavingsmogelijkheden aan te passen? Zo ja, op welke termijn?
14. Heeft het college voornemens om, voor zover de wet- en regelgeving dit toestaat, het gebruik van fatbikes te verbieden in (delen van) de gemeente, zoals voetgangersgebieden, de binnenstad of andere drukbezochte winkelgebieden? Zo ja, welke maatregelen worden overwogen en op welke termijn? Zo nee, waarom niet? In hoeverre volgt het college de ontwikkelingen bij andere gemeenten die een dergelijk verbod of vergelijkbare beperkende maatregelen onderzoeken of invoeren en welke lessen trekt het college daaruit voor de gemeente Roermond?
15. Beperkt de handhaving op fietsers, fatbikes en scootmobielen zich momenteel tot de Roermondse binnenstad, of wordt ook actief gecontroleerd op andere locaties waar regelmatig overlast wordt ervaren, zoals winkelcentra, wijkwinkelvoorzieningen en overige drukbezochte openbare ruimten? Indien dit laatste niet het geval is, is het college bereid de handhaving ook op dergelijke locaties te intensiveren?
16. In 2025 hebben in de Roermondse binnenstad gerichte handhavingsacties plaatsgevonden waarbij is gecontroleerd op overtredingen door fietsers, fatbikers en – voor zover van toepassing – scootmobielen, waarbij tevens waarschuwingen en boetes zijn opgelegd. Is het college voornemens ook in de komende jaren dergelijke gerichte controle- en handhavingsacties met enige regelmaat te laten plaatsvinden? Zo ja, met welke frequentie? Zo nee, waarom niet?
17. Zijn sinds 1 januari 2024 ongevallen, geregistreerde incidenten of meldingen van gevaarlijke situaties bekend waarbij fietsers, fatbikers of scootmobielen betrokken waren in de voetgangersgebieden? Zo ja, graag een overzicht per jaar, locatie, aard van het incident en – voor zover beschikbaar – de ernst van het eventuele letsel.
18. Is het college bereid de bebording en wegmarkeringen in de gehele binnenstad integraal te laten toetsen op juridische juistheid, eenduidigheid, verkeersveiligheid en handhaafbaarheid en de raad over de uitkomsten te informeren? Zo nee, waarom niet?
19. Indien uit deze toets blijkt dat sprake is van onduidelijke, tegenstrijdige of voor meerdere uitleg vatbare situaties, is het college dan bereid deze op korte termijn aan te passen? Zo nee, waarom niet?
Wij zien uw beantwoording met belangstelling en binnen de gebruikelijke termijn tegemoet.
Namens LVR fractie:
Bert Achten
Loes Strous
Jos van Rey
Mark Schlicher

