Aan: College van B&W van de gemeente Roermond
Betreft: Vragen ex art. 43 RvO over veiligheid van voetgangers en fietsers in de openbare ruimte
Roermond, 9 april 2025
Geachte Collegeleden,
Geacht college,
De LVR-fractie maakt zich zorgen over de veiligheid van voetgangers en fietsers in de openbare ruimte binnen de gehele gemeente Roermond. Hoewel de meeste signalen afkomstig zijn uit de binnenstad – met name de Markt en het Munsterplein – ontvangen wij ook meldingen uit andere wijken en kernen, zoals Herten, Maasniel, Swalmen, Leeuwen, Boukoul en Asenray.
Op diverse locaties zijn obstakels, verzakkingen, losliggende of slecht aangesloten bestratingen en verdwenen hekwerken rond boomspiegels gesignaleerd. Dit leidt geregeld tot valpartijen waarbij inwoners én bezoekers letsel oplopen. Ook horecaondernemers en zorgverleners hebben onze fractie benaderd met soortgelijke zorgen.
Wat opvalt is dat informele meldingen van deze onveilige situaties – veelal door ondernemers, bewoners of bezoekers gedaan – niet worden meegenomen in de beoordeling van aansprakelijkheidsstellingen. Slachtoffers worden vervolgens geconfronteerd met een juridische benadering waarbij het lijkt te draaien om het aantal centimeters verschil in bestrating in plaats van de ernst van het letsel en het feit dát er sprake is van letsel.
Wij stellen hierover de volgende vragen aan het college:
1.
Onderschrijft het college de slogan van BIZ Binnenstad Roermond: “schoon, heel en veilig” – en acht het college deze slogan ook van toepassing op de gehele gemeente Roermond?
2.
Welke specifieke afspraken zijn binnen de gemeente gemaakt met betrekking tot de veiligheid van voetgangers, met name ouderen en mensen met een beperking, in zowel de binnenstad als de wijken en kernen van Roermond?
3.
Waarom worden informele meldingen – bijvoorbeeld van ondernemers of buurtbewoners – niet serieus genomen als ze gaan over gevaarlijke situaties in de openbare ruimte?
4.
Hoeveel officiële MOR-meldingen en hoeveel informele meldingen zijn er sinds 2018 geregistreerd over onveilige of defecte bestratingen binnen:
o de binnenstad van Roermond;
o de overige wijken en kernen binnen de gemeente?
5.
Hoeveel aansprakelijkheidsstellingen wegens valpartijen in de openbare ruimte heeft de gemeente Roermond ontvangen sinds 2018? Graag uitgesplitst per jaar en per locatie.
6.
Hoeveel van deze aansprakelijkheidsstellingen zijn direct gehonoreerd en hoeveel zijn afgewezen? Wat waren de belangrijkste gronden voor afwijzing?
7.
Klopt het dat een verschil in hoogte van bijvoorbeeld 2,8 cm (dus net onder de grens van 3 cm) wordt aangevoerd als reden voor afwijzing van aansprakelijkheid – ook als de locatie al hersteld is?
8.
In hoeveel gevallen speelde de discussie over de hoogte van een obstakel of verzakking een rol in de afhandeling van een claim?
9.
Hoe vaak is er discussie ontstaan over de juistheid van door de gemeente verstrekte foto’s van de locatie van een valpartij – en hoe wordt vastgesteld dat het werkelijk om de juiste locatie gaat?
10.
Is het college van mening dat slachtoffers van een valpartij in de openbare ruimte voldoende empathisch en persoonlijk worden benaderd? Zo ja, op welke manier? Zo nee, is het college bereid dit te verbeteren?
11.
Is het college bereid om in samenwerking met horecaondernemers, buurtverenigingen en zorgpartijen structurele inspectierondes uit te voeren op plekken waar veel voetgangers komen – niet alleen in de binnenstad maar ook in andere delen van de gemeente?
12.
Is het college bereid om meldingen van bewoners en ondernemers (ook als die informeel worden gedaan) voortaan wél als signaal serieus te nemen, zeker als het om de veiligheid van mensen gaat?
De LVR-fractie ziet uw antwoorden met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet,
Namens de LVR-fractie,
Dré Peters en Bert Achten

